Overwegingen van de Originaliteitscommissie of het College van Wijze Mannen

Door: Peter Tolsma

Zoals al een aantal jaren aangegeven, is de taak van deze commissie niet eenvoudig. En wat erger is ze wordt steeds ingewikkelder. Naar mate de jaren vorderen en wij als commissie vaker ons werk hebben gedaan, wordt het steeds moeilijker om tot een eensluidend oordeel te komen bij het kandideren en verkiezen van een winnaar van de Originaliteitprijs. In de eerste plaats komt dat omdat de Commissieleden elkaar steeds beter leren kennen en de daarmee gepaard gaande gezelligheid en bijpassend drankgenot op de avond voorafgaande aan de keuring, ook uitbundiger wordt. Maar het wordt ook steeds moeilijker omdat er geen enkele uitdaging voor jullie, als vissers, van uit gaat om je nog te verbeteren qua originaliteit als elk jaar hetzelfde schip wordt uitgekozen tot winnaar. Gelukkig kunnen we daarin variëren, omdat de schepen er steeds authentieker uitzien. Dat betekent allereerst dus een groot compliment aan alle schippers. De vloot wordt hoe langer hoe origineler en ziet er over het algemeen echt geweldig uit. De drang om op de visserijdagen zo authentiek mogelijk te verschijnen met je schip en bemanning is kennelijk verder gegroeid dan wij in den beginne ooit voor mogelijk hielden. Kennelijk werkt het door ons gevoerde en voorgestane beleid.

Helaas waren er dit jaar geen nieuwe of liever gezegd andere schepen die ook kwamen meedoen. Dat op één na natuurlijk, het jacht van de familie Bonebakker, nu in gebruik als vissloep bij Piet Douma. Het schip was, voor ons nieuw, en Piet, voor ons niet nieuw, maar een oude bekende. Gelukkig ook maar. Met het visserijnummer van zijn grootvader GA 5, een geheel eigen invulling van het begrip originaliteit en een zeer opvallende start, dit jaar een leuke aanvulling van de vloot .

Op alle schepen, op een na, waren boetnaalden vaak in meerdere varianten aanwezig. Sommige van beukenhout, van eiken en zelfs van geel citroenhout, naar ons werd verzekerd. Ook de zeilkledij en de reddingsvesten waren overal in zelfs de kleinste schepen te vinden. Over die man die zwembandjes meehad zullen we het maar niet hebben. Op de WON 119 werd ons uitgelegd dat bij regen Martin de jurk altijd aan had. Waarop één van de bemanningsleden riep: “En Monique de broek !”. We zijn daar verder maar niet op in gegaan. De verjongde vallen daar aan boord, zo denken we, hebben daar niets mee te maken, maar zijn een even goede toevoeging aan de originaliteit.

Wat overigens een dreg in het vooronder van een jol moet snappen we ook niet, maar na enig zoeken daar, samen met de schipster, hebben we hem gevonden.

Voor een aantal mensen een speciaal compliment; zo had de Wieringeraak WR 48 de hele bemanning met, in een verzorgingstehuis, handgebreide Wieringer visserstruien uitgedost. En dat ze uit een Noordelijk, ten opzichte van Workum, gelegen haven kwamen werd duidelijk toen bleek dat ze verschillende harpoenen voor de walvis- en zeehondenjacht aan boord hadden, en vast voornemens waren die ook te gaan gebruiken. De vlag die de volgende ochtend gehesen werd, liet aan duidelijkheid niets te wensen over.

Op de HL 74 was er naast de geur van Poppe de Rook, ook een waarschijnlijk ooit nog door hem aangeschaft steengewicht met beslag aan boord. Of dat de diepgang heeft beïnvloed en de jol daardoor later helaas vastliep is nog niet geheel duidelijk. We zijn heel blij dat het toch nog goed is afgelopen.

De GA 5 blonk natuurlijk ook uit in eigen originaliteit voor wat betreft de uitrusting;
Een echte Zuiderzeekaart, een officiële visvergunning in de vorm van een consent ooit aan de grootvader van Piet uitgereikt, vismanden met opschrift, zwembandjes, kortom helemaal goed !

De EB 43 heeft nadrukkelijk laten zien dat er geboet kon worden, door speciaal voor ons een gat in het perkje te trekken, en dat handmatig, met iets te dik garen, dan weer te maken, hetgeen wel tot gevolg had dat Geert geen tijd had voor een rondleiding van de commissarissen, want het net moest weer heel. Gelukkig zijn we onafhankelijk, en wisten we ons zelf te redden.

Dat dat moeite kostte wil ik nog wel uitleggen aan de hand van een kleine gave met grote gevolgen. Op de LE 50 ontvingen we, ter stimulering van een goede keuring, een CD getiteld “Ons Dorp Lemmer”. Leuke geste natuurlijk, maar helaas is dat kreng vastgelopen in de CD recorder van mij televisie, zodat we thuis nu al de hele week in plaats van het dagelijkse journaal, Pauw en andere programma’s van de Publieke Omroep etc. steeds weer die verrekte Lemster jongens voorbij zien komen. En ze zingen steeds hetzelfde. Eén voordeel; gelukkig was André Sterk op die manier toch nog aanwezig. Maar als er iemand kan helpen om mijn televisie weer heel te krijgen, dan graag, want dat toestel uit onze caravan is me veel te klein, en ik kan de onderschriften door de leeftijd niet meer goed lezen, en mijn vrouw leest niet snel genoeg om het allemaal bij te kunne houden. Ik snapte niks meer van de laatste aflevering van “Seks in the City”, terwijl dat toch niet het moeilijkste programma is. Het kan natuurlijk zijn dat mijn vrouw dat expres deed, maar goed het blijft lastig..

Gedurende de dag wordt het steeds lastiger, voor ons als oude mannen om aan boord te komen. We hebben het nu alleen maar gered omdat er gelukkig op de laatste schepen drank en vis aan boord was, maar het was bijna misgegaan. Daarvoor dank heren.

Op bijna alle schepen waren de jonen dit jaar goed in orde.
Nog steeds zien we ook plastic visbakken aan boord bij deze en gene, misschien ook iets om volgend jaar aan te denken ! Houten baken zijn heel makkelijk zelf te maken en, indien iets kleiner dan die grote plastic bakken, ook makkelijker te hanteren. En hoewel ik dat wel graag zie, hoeven ze niet persé de naam van de vishandelaar of de veiling te dragen.

Er was dit jaar een heel ruime aanvoer van snoekbaars en spiering, en minder van roodbaars als andere jaren. Ook de botvangst viel tegen, maar dat zal wel komen door wat er in de krant vrijdag j.l stond; “Palestijnen vangen bot……… op de onderhandelingen”. Nou weet ik niet precies waar die visgronden liggen, maar dat moet in de buurt van Workum zijn anders was er meer van die vissoort gevangen.

Aan de automatiseerder van de Vereniging de vraag of er niet een beetje een handige APP kan worden ontwikkeld die op de telefoon geïnstalleerd, de vogels op elke bepaalde plek in een oogwenk telt. Liefst een beetje gunstig als het kan. Dit om te voorkomen dat we dat gebod van vissen bij te veel vogels overschrijden. En dan kan meteen “Fishfinder” geschrapt en verboden worden.
Een andere aanbeveling aan het bestuur is om de regel, dat vis slechts met het schip aan de afslag mag worden gebracht, te vervangen door de zinsnede “slechts ongemotoriseerd” mag worden aangebracht. Dit om te voorkomen dat er volgend jaar mensen op een “Transportrijwiel met trapondersteuning”, brommer, of scooter hun vangsten ter afslag komen brengen. Een normale transportfiets moet kunnen vinden wij. Om dit familietraditie getrouw met een gewone transportfiets te doen, brengt echter wel risico’s met zich mee zo bleek. Dankzij te ruime pijpen, die in de ketting kwamen, was bijna de snoekbaars weer de sloot ingedoken.

Omdat ik zelf die vis heb gekocht, weet ik dat er sinds kort naast “Graskarpers” ook “Grassnoekbaarzen” bestaan, want het beest had een bek vol gras en zand, wat overigens allemaal meegewogen is en voor extra geld voor de vereniging heeft gezorgd. Met veel dank aan Piet, want hij smaakte wel heel goed.

Ook dit jaar kunnen we opmerken dat het varend bekijken van de vloot heel goed is bevallen en het College dat een volgend jaar weer gaat doen. Het zeilend vissen vanuit het schip, ging ook bij de grotere schepen heel goed zolang de wind/en soms de regen dat toeliet.
Want de Commissie heeft bijzonder veel respect voor het trotseren van de weersomstandigheden waar jullie toe gedwongen werden. Dat iedereen uiteindelijk weer veilig thuis is gekomen is fantastisch.

Veel waardering ook voor de club van jonge vissers onder zeil die onder de leiding van Piettie en Jelger het ruime sop kozen. We hebben ze Hindeloopen zien binnenkomen en hebben moeten constateren dat de pupillen de meester zo nu en dan overtroffen. En ook het vissen ging geweldig; kortom een prachtige aanwinst voor onze vereniging deze club. We hopen van ganser harte dat deze ontwikkelingen zich door zullen zetten.

Goed we komen tot de verkiezing van het origineelste schip dit jaar,.
Zoals gezegd heerste er grote onenigheid in het College welke van de deelnemende vaartuigen nou als zodanig moest worden bestempeld. Al met al heeft dat, zoals gebruikelijk, twee flessen geestrijk vocht en een hele avond delibereren gekost.

Dit jaar hebben we voor de eerste keer met een puntentelling gewerkt en geheel naar tevredenheid moet ik zeggen. Op de derde plaats is geëindigd de HL 62 met Jan Griek 32 punten. Jammer van de lak aan de buitenkant, maar verder alles goed in orde. Gefeliciteerd !

Op de tweede plaats is geëindigd de LE 8 vanwege de hele goede uitstraling, de prima uitrusting en de manier waarop het schip gevaren werd. 124 punten Jullie ook gefeliciteerd !

En dan de winnaar: Op grond van het feit dat het schip er weer helemaal uitziet zoals de vissersschepen er vroeger uitzagen, en alles aan boord geheel verzorgd was, zag het geheel er uit als een authentiek plaatje ! De strijd was heel spannend want met net één punt meer (125 punten) mag ik dan ook met veel plezier de originaliteitsprijs (een lange vaarboom te maken door Jan Hofstede) aan de EB 1 van Hans aan ’t Goor uitreiken.
Met dank aan het bestuur dat ons weer in de gelegenheid heeft gesteld om onze taken uit voeren wens ik iedereen voor zover nodig een behouden vaart en een goede thuiskomst.