Voor mensen in de zeilvaart is dit uiteraard een bekend gegeven. Voor de mensen welke bij de start van de visserij op de wal stonden was het even wennen. Waar in voorgaande jaren alle 29 deelnemers aan de visserijweek zich bij de start verdringen om maar zo gauw mogelijk ’t Soal uit te komen, bleef nu de helft van de vloot liggen. Oorzaak was de harde westelijke wind van een Bft 6 die ervoor zorgde dat het jaagpad langs ’t Soal lagerwal was en er buiten flinke golven stonden. Aangezien de voorspellingen voor de middag een afnemende wind lieten zien, kozen de meeste kleinere schepen ervoor om nog een paar uur in de havenkom te blijven. Bijkomend voordeel was dat deze vissers nu ook eens de start van de Strontrace en de Beurtveer konden meemaken.
In de loop van de middag waren alle vissers uitgevaren en de netten geschoten. Een aantal grotere schepen waren ‘naar de overkant’ gegaan, de meeste jollen en schouwen richting Hindeloopen.
Dinsdag werden de netten weer gehaald. De vangsten vielen niet mee, maar dat weet je bij vissers nooit. Er is geen track en trace systeem, zoals bij de Strontrace, waarbij meteen duidelijk is welke schepen vooraan liggen. Bij de visserij blijft het gissen naar de hoeveelheid vis . Op de vraag hoe de vangsten waren tonen de vissers zich uiterst bekwaam in het geven van vage antwoorden: redelijk, kon beter of hield niet over zijn de meest gehoorde antwoorden. Onduidelijk gemompel of gekuch maakt je ook niet veel wijzer. Pas op woensdagmorgen, als de vis in de havenkom van Workum wordt aangevoerd, wordt alles duidelijk, maar ook daar laten sommige vissers met deksels op de kist de mensen zo lang mogelijk in het ongewisse.

Nadat alle vis woensdagmorgen aangevoerd en gewogen was bleek dat de vangsten wisselend waren geweest. In de buurt van Hindeloopen waren de vangsten mager. Mede vanwege de (wederom) harde wind op woensdagmorgen hadden veel schepen de netten laten staan en waren alleen met de vangst van maandagnacht naar Workum gekomen.
De schepen van de overkant hadden flinke hoeveelheden bot en rode baars gevangen. Daarnaast was er van veel schepen snoekbaars en blei. De vangst aan wolhandkrab viel wat tegen. Gek genoeg is dit nu net de soort die het meeste geld opbrengt. De krab wordt niet aan het publiek in Workum verkocht, maar voor 8 euro per pond aan een groothandel in Harlingen geleverd, die deze krab weer voor nog meer geld exporteert naar Azië en Italië. Wolhandkrab is daarmee de duurste ‘vis’, gevolgd door de snoekbaars die gemiddeld 6,50 per pond opleverde. De prijs voor baars, bot en spiering lag zo rond de 1 tot 1,50 euro per pond afhankelijk van de grootte van de portie. Er waren verschillende porties tussen de twintig en dertig pond en dan moet je als visliefhebber/koper toch wel even slikken..

De vissersschepen zijn afhankelijk van de visserij methode onderverdeeld in nettenvisser (24 schepen) en kuilschepen (5 stuks). De nettenvissers zetten 200 meter staand want en laten dat een nacht overstaan om het daarna weer te halen. De kuilschepen vissen actief, d.w.z. ze slepen onder zeil een net voort. Deze manier van vissen levert voornamelijk spiering op. Althans dat is de bedoeling, want twee jaar geleden was de totale spieringvangst van alle kuilschepen tezamen nog geen drie pond spiering. Hoe wisselend visserij van jaar tot jaar kan zijn bleek vorig jaar toen de spieringaanvoer maar liefst duizend pond was. Dit jaar staat de teller alweer op bijna driehonderd pond, zodat deze vissers tot nu toe geen reden tot klagen hebben.

Mooi is dit jaar dat de visserijweek steeds meer jonge deelnemers weet te trekken. Er doen maar liefst elf jongeren van onder de twintig mee, waaronder een aantal echte jongeren van onder de 15 jaar en ook flink wat jonge ‘dames’. De jol ST 79 heeft zelfs een schipper van 15 jaar. Deze ‘Jonge Vissers onder Zeil’ blaken van enthousiasme en hebben het onderling op de verschillende schepen in Hindeloopen uitermate gezellig. Deze jonge aanwas is iets waar we als Visserij Vereniging Workum heel blij en trots op zijn.

Bijzondere vangsten tot nu toe zijn een paar snoeken, een paar kleinere graskarpers en een goudkarper van 9 pond. Misschien is dit inderdaad een vis met gouden randje, want de jol HL 74 van Jeen Schirm staat hiermee voorlopig bovenaan in het klassement voor de grootste vis. Onder toeziend oog van de walcommissie is deze karper (na weging) overigens weer heelhuids en levend teruggezet.
De visserijweek wordt tot nu toe dus gekenmerkt door wisselende vangsten en wisselende wind. Er hebben zich gelukkig tot nu toe geen vervelende zaken voorgedaan. Wel hebben een paar schepen maandag bij het uitvaren/jagen van ‘t Soal even de stenen geraakt en heeft de WON 119 de sterkte van de houten steiger bij de vuurtoren van Reid getest. Tot schade heeft dit gelukkig niet geleid.

Voor de tweede helft van de visweek wordt stabieler weer voorspeld. De verwachting voor de aanvoer van komende zaterdag zijn dan ook hooggespannen, maar in de visserij weet je het maar nooit.

Geschreven door Menno Smit namens de walcommissie Visserij.